Maas Binnenvaartmuseum Maasbracht
Havenstraat 12, 6051 CR Maasbracht
Home Home Home Nieuws Nieuws Nieuws Over ons Over ons Over ons Rondleidingen Rondleidingen Rondleidingen Openingstijden Openingstijden Openingstijden Contact Contact Contact Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Vrienden v/h museum Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Tjalk “Nooit Volmaakt” Donateurs en Sponsoren Donateurs en Sponsoren NIEUW Rondvaart door de haven met sluispassage
Water op de kaai. In de zeven jaar dat ik als scheepswerktuigkundige met verschillende schepen over de wereldzeeën gezworven heb is het voor zover ik weet twee keer voorgekomen dat we voor wateroverlast gezorgd hebben. De eerste keer met de m.s. Neder Lek, de tweede keer met de s.s. Abbekerk. Het is 5 januari 1970. De Neder Lek onderhoudt met meerdere schepen een lijndienst tussen Europa en Nieuw Zeeland, de zogenaamde ‘New Zealand - Pacific Line’, want op de uitreis worden ook plaatsen in de Pacific aangedaan, zoals Papeete op Tahiti, Apia op Samoa, Suva en Lautoka op Fiji en Noumea op Nieuw Caledonië. We liggen met de Neder Lek in het haventje van Lautoka. We zijn ’s morgens aangekomen en zullen deze middag al weer vertrekken. Maar eerst een kleine duizend ton stukgoed lossen. De Neder Lek is namelijk een alleslader/zelflader en -losser, dat wil zeggen dat zij met eigen laad- en losgerei alle soorten lading kan aanpakken, van 5 ton met de over de volle lengte van het schip verspreide zes dekkranen en de vier paar laadbomen tot 125 ton met de zware spier. Op de uitreis is dat alles wat ze dáár niet kunnen produceren en wij in Europa wél, zoals bier, sterke drank, wijn, auto’s, machines, jachten, maar ook diepvriesproducten zoals kip. En dan de zware stukken zoals een complete locomotief of een joekel van een condensor. Je kunt het zo gek niet bedenken of het gaat mee. Zodra de laatste pallet op de kade van Lautoka is gelost, maken we ons schip zeeklaar. Aan dek doet dat de bootsman met zijn matrozen, zoals het sluiten van de ruimen door middel van de hydraulische luiken, het neerleggen in hun vang van de laadbomen en de gieken van de dekkranen, terwijl de stuurlieden de brug gereed maken en voorbereidingen treffen voor het maken van ‘voor en achter’, en de machinedienst maakt de machinekamer klaar voor vertrek. Intussen stapt de loods aan boord en ligt de sleepboot klaar om ons schip te assisteren.  We moeten immers een kwart slag gedraaid worden om met de neus richten havenuitgang te komen liggen. Dat gaat langzaam met zo’n groot schip in zo’n klein haventje. En de loods is blijkbaar een Pietje Ongeduld, het gaat hem niet snel genoeg. Zodra we voorgaats liggen, met de kont zo’n tien meter van de kade waaraan we zojuist nog gelegen hebben, laat hij volle kracht vooruit geven. Onze hoofdmotor van 17.000 pk gehoorzaamt trouw. Hij start en geeft alles wat in zijn macht ligt om aan de vraag van volle kracht vooruit te voldoen, terwijl een zwarte rookpluim uit onze schoorsteen het tropische eiland overschaduwt en het schroefwater achter ons schip de kade wordt opgestuwd, terwijl het op dat moment net hoog water is en de kade nog maar zo’n halve meter boven de zeespiegel uitsteekt. Dus de bootwerkers, die op de kade bezig zijn met het afvoeren naar de havenloods van de uit ons schip geloste lading, komen in ons schroefwater te staan.  Natte voeten houden ze kennelijk niet van, want ze schreeuwen moord en brand. Je hoeft geen Polynesisch te verstaan om te begrijpen wat ze precies bedoelen. Maar al snel is de afstand te groot om hun getier nog te horen. Amusant. Eenmaal op zee gaat de loods met de loodsboot terug naar de haven, naar de boze bootwerkers. Hoe het verder met hem is afgelopen is vooralsnog onbekend. Nog meer water op de kaai. De Abbekerk onderhoudt met  meerdere schepen een lijndienst tussen Europa en India, Pakistan, Bangladesh en Ceylon. Ook dit schip is een alleslader /zelflader en - losser. Het is juli 1971 en zijn op weg naar Calcutta in India. Calcutta ligt in de Gangesdelta, kilometers landinwaarts. Vanaf de Golf van Bengalen varen we de rivier op. Ten opzichte van de frisse zeelucht meurt de omgeving. Hoe dichter we de stad naderen, des te harder het gaat meuren, alsof er overal kadavers liggen te rotten in de witverziekend hete tropenzon. Onderweg zien we mensen badderen in dat vieze water. Gadver! Die denken een beter leven te krijgen, de Ganges is immers een heilige rivier. Nou, zij liever dan ik. Op weg naar de haven zie je pas hoe druk het is in deze miljoenenstad. Alle auto’s, vooral taxi’s, zijn continu hun claxon aan het testen, waardoor horen en zien je vergaat. De haven ligt in het stadscentrum. Om daar te komen moeten we eerst door een sluis. Als we opgeschut zijn assisteert een sleepboot ons naar de even verderop gelegen vrije kade, waar we tegen de kant worden gedrukt. Voordat dit verhaal verder gaat, moet ik eerst even iets uitleggen: de Abbekerk is een stoomschip, waarbij de voortstuwing wordt verzorgd door een stoomturbine van 8.500 pk. Onder die stoomturbine is de condensor, die de afgewerkte stoom terugcondenseert als ketelvoedingwater voor de twee stoomketels. Op hun beurt leveren die weer stoom aan de stoomturbine. De cirkel is rond. Die condensor moet dus gekoeld worden. Dat gebeurt met buitenboordwater, geleverd door een enorme koelwaterpomp, de grootste pomp in de machinekamer. Deze pomp levert wel 100 liter per seconde. De koelwaterinlaat zit aan stuurboord (rechts) en de koelwateruitlaat aan bakboord (links). Deze loost het gebruikte koelwater boven de waterlijn terug in zee, of in dit geval in de haven, oh nee, momenteel dus op de kade, want we liggen met bakboordzijde tegen de kant. Daar zijn de bootwerkers op de kade niet blij mee, want die wordt in een mum van tijd blank gezet. De vertegenwoordiger van de rederij komt juist aangefietst en moet om zijn schoentjes droog te houden, langs het wielstel van een havenkraan gaan staan om niet om te vallen, want doorfietsen is te link met al die opstakels nu onder water. Hulpeloos kijkt hij omhoog. Vanaf de brug wordt de machinekamer gesommeerd die pomp onmiddellijk te stoppen. Maar dan kennen ze onze hoofdwerktuigkundige niet. De procedure is die pomp pas na een uur te stoppen, vanwege nakoelen. En dat doen we nú ook. Uiteindelijk wordt de bureaucratie doorbroken en wordt de pomp na een kwartier al gestopt. Zodra de kade watervrij is komen de bootwerkers mopperend aan boord en begint het laden en lossen. En wat vinden wij ervan? Mietjes! Dat beetje water, waar hebben we het over? Kom maar eens bij ons kijken als we midden op zee in een vliegende storm bakken met zeewater over ons heen krijgen. Dan lul je wel anders!