De camperaars. Dit verhaal heeft eigenlijk niets direct met binnenvaart of zeevaart (míjn verleden) te maken. Als vrijwilliger van het Maas Binnenvaartmuseum gaan mijn vrouw Riet en ik de laatste jaren regelmatig en meestal langdurig (soms wel een paar maanden of meer) met de camper er op uit. Voorheen met ons bootje, tegenwoordig dus met de camper. Ondanks dat ik varen leuker vind dan auto rijden, hebben we toch maar besloten de boot te verkopen en een camper aan te schaffen. Makkelijk als het hier rot weer is om snel zuidwaarts het mooie weer op te zoeken. Om ons als ex-zeevarenden in te kunnen leven in alle kennis en (sterke?) verhalen over de binnenvaart van mijn museumcollega’s, besluiten we dit keer in een week of zes door Duitsland langs de Rijn en de Moezel  te trekken, kennelijk een deel van het domein van mijn museumcollega’s. Dan weten wij tenminste óók wat bij voorbeeld de Lorelei is, één of andere rots in de Rijn bij Guar, waar de scheepvaart omheen moet. Nou, we hebben de Lorelei gezien en ze hoeven ons daarover (vinden we) niets meer wijs te maken. We hebben óók de scherpste bocht in de Rijn gezien, vanaf een uitkijkpunt bij Boppard, een paar honderd meter boven Vader Rijn. Weliswaar fantastisch om te zien, maar ik kan je vertellen dat Moeder Maas scherpere bochten heeft. Buiten de bezienswaardigheden die je op zo’n camperreis tegen komt, zijn er ook de vele camperplaatsen, die je aan de hand van speciale boeken en met de satelliet navigatie moet weten te vinden. En op die camperplaatsen kun je vele mensen van allerlei nationaliteiten en pluimage ontmoeten. Als je, zoals wij, altijd voorzichtig toenadering zoekt tot de directe buren op zo’n camperplaats, dan loop je de kans, maar niet altijd, er een gezellig samenzijn van te maken. Zo maken we dan kennis met leuke Engelsen, Nederlanders, Belgen en zelfs Duitsers, allemaal met hun eigen verhaal. En wij met het onze natuurlijk. We staan in Rees, een alleraardigst stadje aan de Rijn. Op de camperplaats staat ook een bijzonder ouder stel camperaars. Hij komt ons bij voorbeeld vragen hoeveel zo’n plekje wel niet kost, ze streven er immers naar om altijd gratis te staan. Maar hier moet je betalen, daar ontkom je niet aan. Dus gaat hij overleggen met zijn baas, een recht voor zijn raap Amsterdamse, voorzien van een paar flinke bossen hout voor de deur. Het stel besluit te blijven en zodoende komen we ook met haar aan de praat en vernemen we dat hij vroeger een zwak had voor grote tieten en dat hij haar toen maar had genomen. Nou ja zeg, een ‘beetje’ grof gebekt is ze wel. Maar verder steekt er kennelijk geen kwaad in madame. Omdat we weten dat de Amsterdamse met haar vlam verder zal vertrekken, gaan we de volgende dag afscheid van de tortelduifjes nemen. Zoals gewoonlijk zit zij breeduit in de deuropening van de camper en geeft ons een hand. Op onze vraag waar haar man is, wijst ze laconiek met haar duim over haar schouder naar de wc-deur achter haar en zegt onbeschaamd: “Joop zit te schijten”. Zo’n taalgebruik zal wel wennen, maar wij hebben er vooralsnog grote moeite mee. Achteraf wel leuk om op te schrijven. En Joop? Die hebben we maar in zijn waarde gelaten en zijn wij zonder afscheid van hem te nemen gaan wandelen langs de Rijn.   Dan een Fries ouder stel van 70-plus zullen we maar zeggen. We staan aan de Moezel in het wijndorp Ürzig, een paar meter van de waterkant, zo’n 10 kilometer stroomafwaarts van Traben-Trarbach (een naam om over te struikelen, wie verzint zoiets?) Onze naaste Duitse buren vertrekken, zodat hun buren nu onze buren worden, met een Nederlands kenteken. Dus goed verstaanbaar zul je zeggen. Maar het blijken Friezen, een ouder stel, met zo’n grappig Fries accent, wat blijkt als Riet met haar aan de praat raakt. Even later komt hij er bij staan, een grijze langharige baardaap, en aan zijn praten te horen zonder
bovengebit, maar dat zie je niet door de dikke witte snor, die onder de neusgaten lichtbruin verkleurd is door de rook van de shagjes die hij er doorheen jaagt. Ik kom er uit ‘beleefdheid’ ook bij staan, effe horen wat ze te zeggen hebben. Ze doen hun best om voor ons verstaanbaar te zijn, hetgeen ze aardig lukt. Hoe het tot stand komt weet ik niet meer precies, maar ze blijken binnenkort 50 jaar getrouwd te zijn. “Al die tijd met dezelfde?” probeer ik quasi serieus te vragen. “Jaja, zij was de eerste en zal ook wel de laatste zijn, want - - - - - - - een tweede kut maakt je blut”. Wablief!!! Geduldig herhaalt hij nog maar eens wat hij zei. Maar zo’n uitspraak verwacht je toch zéker niet van een eerbiedwaardige oude Fries? Riet en ik kijken elkaar aan, zo van: wat is dit, terwijl zijn vrouw kijkt of ze niet beter weet. Ik heb veel gehoord en geleerd van de gezelschappen waarin ik verkeerde en nog steeds verkeer, maar deze had ik nog niet eerder gehoord. “Deze vertel ik aan m’n collega’s in het museum!” zeg ik schaterlachend. Hij kijkt vergenoegd. En dan ’s avonds: vlak voor het acht uur journaal op NPO 1 wordt een show van Theo Maassen aangekondigd, waarin Theo zich o.a. tegenover zijn vrouw verdedigt voor het luieren op de bank. Dat gehoord hebbende loop ik naar onze Fries en zeg hem dat Theo Maassen na het journaal optreed, en dat Theo door zijn vrouw wordt verweten dat hij tijdens Studio Sport maar ligt te luilakken op de bank en kennelijk niks beters te doen heeft. “Niks beters te doen? Ik lig hier wel 8000 zaadcellen per minuut te fabriceren hoor!” Waarop onze Fries doodnuchter tegen me zegt dat hij niet van voetballen houdt. Friese humor of dommigheid? Ik houd het maar op het eerste. Ook kan het nog wel eens écht spannend worden, zoals op dezelfde camperplaats in Ürzig. Hier is wijnbouw de voornaamste tak van sport. Het dorp ligt dus op de linker oever van de Moezel onderaan een bergketen waar tegen de steile hellingen de wijngaarden als het ware zijn ‘aangeplakt’. Het is nacht. Wij staan een paar meter van de Moezel af en zijn in diepe slaap. Maar daar komt al snel een einde aan, want het wordt slecht weer: donder en bliksem, regen, hagel, zware windstoten. Het is binnen in de camper een oorverdovend lawaai en we staan te schudden als een gek. Als dat maar goed gaat. Halverwege de nacht  horen we luchtalarm, weet je wel, net zoals iedere eerste maandag van de maand in Nederland. Verdomme, wat is dát nou? Ik gluur vanuit ons bed door de ramen naar buiten en zie dat de Moezel ineens niet meer die vriendelijke rivier van gisteren is, maar een  boze modderkleurige stroom is geworden die met het uur zichtbaar stijgt en harder gaat stromen. En de Moezelvallei vult zich met blauwe zwaailichten. Dan kun je een ongestoorde slaap wel vergeten hoor! Zouden we moeten verkassen is al snel de vraag. En waar naar toe? Intussen blijkt de brandweer overal de hoofdwegen langs de oevers in de gaten te houden, omdat deze via de zijwegen vanaf de steile wijngaarden worden overstroomd door modder met brokken leisteen en dus een gevaar vormen voor het verkeer. Gelukkig is het bij die nacht gebleven en zijn we er volgens de berichten nog goed van af gekomen. Want elders is de wateroverlast nog een graadje hoger geweest. We hebben gelukkig niet hoeven te verkassen, en na een paar dagen begint de Moezel weer te zakken en keert de rust terug. Intussen zijn de wijnboeren begonnen met het herstellen van hun beschadigde wijnstokken. Wat een werk voor een beetje wijn vinden ze zelf. Niet klagen maar dragen. Nu weer iets grappigs: Dit gaat over een Engels stel van onze leeftijd, 70-min zullen we maar zeggen. We staan langs de Rijn in een plaatsje even ten noorden van Koblenz met als buren John en Joy, een aardig Engels stel met (vooral hij) gortdroge gevoel voor humor, hetgeen blijkt tijdens een gezellig samenzijn onder het genot van meerdere biertjes en wijntjes. Jaja, het
leven van een camperaar valt niet mee! Na meerdere Engelse kwinkslagen van vooral John, vertel ik hem een mop (terwijl de vrouwen met elkaar over andere zaken praten), over een Hollander die een Engelsman tracht uit te leggen dat hij in de paardenfokkerij zit. Hij weet alleen niet dat paarden fokken in het Engels ‘breed horses’ is. ‘Ik fok paarden’ is dus in het Engels ‘I breed horses”. Maar in zijn onschuld en onwetendheid zegt de Hollander tegen de Engelsman: “I fock horses”. De Engelsman begrijpt dus dat de Hollander sex heeft met paarden, schrikt zich rot en roept uit: “Pardon!!”, waarop de Hollander verheugd uitroept: “Yes, paarden!!” John komt niet meer bij, zoiets heeft hij nog nooit gehoord. En steeds als we elkaar de dagen erna effe zien moet hij schaterlachen. Dit gaat hij zijn vrienden thuis in Engeland vertellen, zekers weten. En zo kan ik nog wel effe door gaan. Volgende keer misschien.
bovengebit, maar dat zie je niet door de dikke witte snor, die onder de neusgaten lichtbruin verkleurd is door de rook van de shagjes die hij er doorheen jaagt. Ik kom er uit ‘beleefdheid’ ook bij staan, effe horen wat ze te zeggen hebben. Ze doen hun best om voor ons verstaanbaar te zijn, hetgeen ze aardig lukt. Hoe het tot stand komt weet ik niet meer precies, maar ze blijken binnenkort 50 jaar getrouwd te zijn. “Al die tijd met dezelfde?” probeer ik quasi serieus te vragen. “Jaja, zij was de eerste en zal ook wel de laatste zijn, want - - - - - - - een tweede kut maakt je blut”. Wablief!!! Geduldig herhaalt hij nog maar eens wat hij zei. Maar zo’n uitspraak verwacht je toch zéker niet van een eerbiedwaardige oude Fries? Riet en ik kijken elkaar aan, zo van: wat is dit, terwijl zijn vrouw kijkt of ze niet beter weet. Ik heb veel gehoord en geleerd van de gezelschappen waarin ik verkeerde en nog steeds verkeer, maar deze had ik nog niet eerder gehoord. “Deze vertel ik aan m’n collega’s in het museum!” zeg ik schaterlachend. Hij kijkt vergenoegd. En dan ’s avonds: vlak voor het acht uur journaal op NPO 1 wordt een show van Theo Maassen aangekondigd, waarin Theo zich o.a. tegenover zijn vrouw verdedigt voor het luieren op de bank. Dat gehoord hebbende loop ik naar onze Fries en zeg hem dat Theo Maassen na het journaal optreed, en dat Theo door zijn vrouw wordt verweten dat hij tijdens Studio Sport maar ligt te luilakken op de bank en kennelijk niks beters te doen heeft. “Niks beters te doen? Ik lig hier wel 8000 zaadcellen per minuut te fabriceren hoor!” Waarop onze Fries doodnuchter tegen me zegt dat hij niet van voetballen houdt. Friese humor of dommigheid? Ik houd het maar op het eerste. Ook kan het nog wel eens écht spannend worden, zoals op dezelfde camperplaats in Ürzig. Hier is wijnbouw de voornaamste tak van sport. Het dorp ligt dus op de linker oever van de Moezel onderaan een bergketen waar tegen de steile hellingen de wijngaarden als het ware zijn ‘aangeplakt’. Het is nacht. Wij staan een paar meter van de Moezel af en zijn in diepe slaap. Maar daar komt al snel een einde aan, want het wordt slecht weer: donder en bliksem, regen, hagel, zware windstoten. Het is binnen in de camper een oorverdovend lawaai en we staan te schudden als een gek. Als dat maar goed gaat. Halverwege de nacht  horen we luchtalarm, weet je wel, net zoals iedere eerste maandag van de maand in Nederland. Verdomme, wat is dát nou? Ik gluur vanuit ons bed door de ramen naar buiten en zie dat de Moezel ineens niet meer die vriendelijke rivier van gisteren is, maar een  boze modderkleurige stroom is geworden die met het uur zichtbaar stijgt en harder gaat stromen. En de Moezelvallei vult zich met blauwe zwaailichten. Dan kun je een ongestoorde slaap wel vergeten hoor! Zouden we moeten verkassen is al snel de vraag. En waar naar toe? Intussen blijkt de brandweer overal de hoofdwegen langs de oevers in de gaten te houden, omdat deze via de zijwegen vanaf de steile wijngaarden worden overstroomd door modder met brokken leisteen en dus een gevaar vormen voor het verkeer. Gelukkig is het bij die nacht gebleven en zijn we er volgens de berichten nog goed van af gekomen. Want elders is de wateroverlast nog een graadje hoger geweest. We hebben gelukkig niet hoeven te verkassen, en na een paar dagen begint de Moezel weer te zakken en keert de rust terug. Intussen zijn de wijnboeren begonnen met het herstellen van hun beschadigde wijnstokken. Wat een werk voor een beetje wijn vinden ze zelf. Niet klagen maar dragen. Nu weer iets grappigs: Dit gaat over een Engels stel van onze leeftijd, 70-min zullen we maar zeggen. We staan langs de Rijn in een plaatsje even ten noorden van Koblenz met als buren John en Joy, een aardig Engels stel met (vooral hij) gortdroge gevoel voor humor, hetgeen blijkt tijdens een gezellig samenzijn onder het genot van meerdere biertjes en wijntjes. Jaja, het
leven van een camperaar valt niet mee! Na meerdere Engelse kwinkslagen van vooral John, vertel ik hem een mop (terwijl de vrouwen met elkaar over andere zaken praten), over een Hollander die een Engelsman tracht uit te leggen dat hij in de paardenfokkerij zit. Hij weet alleen niet dat paarden fokken in het Engels ‘breed horses’ is. ‘Ik fok paarden’ is dus in het Engels ‘I breed horses”. Maar in zijn onschuld en onwetendheid zegt de Hollander tegen de Engelsman: “I fock horses”. De Engelsman begrijpt dus dat de Hollander sex heeft met paarden, schrikt zich rot en roept uit: “Pardon!!”, waarop de Hollander verheugd uitroept: “Yes, paarden!!” John komt niet meer bij, zoiets heeft hij nog nooit gehoord. En steeds als we elkaar de dagen erna effe zien moet hij schaterlachen. Dit gaat hij zijn vrienden thuis in Engeland vertellen, zekers weten. En zo kan ik nog wel effe door gaan. Volgende keer misschien.
leven van een camperaar valt niet mee! Na meerdere Engelse kwinkslagen van vooral John, vertel ik hem een mop (terwijl de vrouwen met elkaar over andere zaken praten), over een Hollander die een Engelsman tracht uit te leggen dat hij in de paardenfokkerij zit. Hij weet alleen niet dat paarden fokken in het Engels ‘breed horses’ is. ‘Ik fok paarden’ is dus in het Engels ‘I breed horses”. Maar in zijn onschuld en onwetendheid zegt de Hollander tegen de Engelsman: “I fock horses”. De Engelsman begrijpt dus dat de Hollander sex heeft met paarden, schrikt zich rot en roept uit: “Pardon!!”, waarop de Hollander verheugd uitroept: “Yes, paarden!!” John komt niet meer bij, zoiets heeft hij nog nooit gehoord. En steeds als we elkaar de dagen erna effe zien moet hij schaterlachen. Dit gaat hij zijn vrienden thuis in Engeland vertellen, zekers weten. En zo kan ik nog wel effe door gaan. Volgende keer misschien.
bovengebit, maar dat zie je niet door de dikke witte snor, die onder de neusgaten lichtbruin verkleurd is door de rook van de shagjes die hij er doorheen jaagt. Ik kom er uit ‘beleefdheid’ ook bij staan, effe horen wat ze te zeggen hebben. Ze doen hun best om voor ons verstaanbaar te zijn, hetgeen ze aardig lukt. Hoe het tot stand komt weet ik niet meer precies, maar ze blijken binnenkort 50 jaar getrouwd te zijn. “Al die tijd met dezelfde?” probeer ik quasi serieus te vragen. “Jaja, zij was de eerste en zal ook wel de laatste zijn, want - - - - - - - een tweede kut maakt je blut”. Wablief!!! Geduldig herhaalt hij nog maar eens wat hij zei. Maar zo’n uitspraak verwacht je toch zéker niet van een eerbiedwaardige oude Fries? Riet en ik kijken elkaar aan, zo van: wat is dit, terwijl zijn vrouw kijkt of ze niet beter weet. Ik heb veel gehoord en geleerd van de gezelschappen waarin ik verkeerde en nog steeds verkeer, maar deze had ik nog niet eerder gehoord. “Deze vertel ik aan m’n collega’s in het museum!” zeg ik schaterlachend. Hij kijkt vergenoegd. En dan ’s avonds: vlak voor het acht uur journaal op NPO 1 wordt een show van Theo Maassen aangekondigd, waarin Theo zich o.a. tegenover zijn vrouw verdedigt voor het luieren op de bank. Dat gehoord hebbende loop ik naar onze Fries en zeg hem dat Theo Maassen na het journaal optreed, en dat Theo door zijn vrouw wordt verweten dat hij tijdens Studio Sport maar ligt te luilakken op de bank en kennelijk niks beters te doen heeft. “Niks beters te doen? Ik lig hier wel 8000 zaadcellen per minuut te fabriceren hoor!” Waarop onze Fries doodnuchter tegen me zegt dat hij niet van voetballen houdt. Friese humor of dommigheid? Ik houd het maar op het eerste. Ook kan het nog wel eens écht spannend worden, zoals op dezelfde camperplaats in Ürzig. Hier is wijnbouw de voornaamste tak van sport. Het dorp ligt dus op de linker oever van de Moezel onderaan een bergketen waar tegen de steile hellingen de wijngaarden als het ware zijn ‘aangeplakt’. Het is nacht. Wij staan een paar meter van de Moezel af en zijn in diepe slaap. Maar daar komt al snel een einde aan, want het wordt slecht weer: donder en bliksem, regen, hagel, zware windstoten. Het is binnen in de camper een oorverdovend lawaai en we staan te schudden als een gek. Als dat maar goed gaat. Halverwege de nacht  horen we luchtalarm, weet je wel, net zoals iedere eerste maandag van de maand in Nederland. Verdomme, wat is dát nou? Ik gluur vanuit ons bed door de ramen naar buiten en zie dat de Moezel ineens niet meer die vriendelijke rivier van gisteren is, maar een  boze modderkleurige stroom is geworden die met het uur zichtbaar stijgt en harder gaat stromen. En de Moezelvallei vult zich met blauwe zwaailichten. Dan kun je een ongestoorde slaap wel vergeten hoor! Zouden we moeten verkassen is al snel de vraag. En waar naar toe? Intussen blijkt de brandweer overal de hoofdwegen langs de oevers in de gaten te houden, omdat deze via de zijwegen vanaf de steile wijngaarden worden overstroomd door modder met brokken leisteen en dus een gevaar vormen voor het verkeer. Gelukkig is het bij die nacht gebleven en zijn we er volgens de berichten nog goed van af gekomen. Want elders is de wateroverlast nog een graadje hoger geweest. We hebben gelukkig niet hoeven te verkassen, en na een paar dagen begint de Moezel weer te zakken en keert de rust terug. Intussen zijn de wijnboeren begonnen met het herstellen van hun beschadigde wijnstokken. Wat een werk voor een beetje wijn vinden ze zelf. Niet klagen maar dragen. Nu weer iets grappigs: Dit gaat over een Engels stel van onze leeftijd, 70-min zullen we maar zeggen. We staan langs de Rijn in een plaatsje even ten noorden van Koblenz met als buren John en Joy, een aardig Engels stel met (vooral hij) gortdroge gevoel voor humor, hetgeen blijkt tijdens een gezellig samenzijn onder het genot van meerdere biertjes en wijntjes. Jaja, het
leven van een camperaar valt niet mee! Na meerdere Engelse kwinkslagen van vooral John, vertel ik hem een mop (terwijl de vrouwen met elkaar over andere zaken praten), over een Hollander die een Engelsman tracht uit te leggen dat hij in de paardenfokkerij zit. Hij weet alleen niet dat paarden fokken in het Engels ‘breed horses’ is. ‘Ik fok paarden’ is dus in het Engels ‘I breed horses”. Maar in zijn onschuld en onwetendheid zegt de Hollander tegen de Engelsman: “I fock horses”. De Engelsman begrijpt dus dat de Hollander sex heeft met paarden, schrikt zich rot en roept uit: “Pardon!!”, waarop de Hollander verheugd uitroept: “Yes, paarden!!” John komt niet meer bij, zoiets heeft hij nog nooit gehoord. En steeds als we elkaar de dagen erna effe zien moet hij schaterlachen. Dit gaat hij zijn vrienden thuis in Engeland vertellen, zekers weten. En zo kan ik nog wel effe door gaan. Volgende keer misschien.
leven van een camperaar valt niet mee! Na meerdere Engelse kwinkslagen van vooral John, vertel ik hem een mop (terwijl de vrouwen met elkaar over andere zaken praten), over een Hollander die een Engelsman tracht uit te leggen dat hij in de paardenfokkerij zit. Hij weet alleen niet dat paarden fokken in het Engels ‘breed horses’ is. ‘Ik fok paarden’ is dus in het Engels ‘I breed horses”. Maar in zijn onschuld en onwetendheid zegt de Hollander tegen de Engelsman: “I fock horses”. De Engelsman begrijpt dus dat de Hollander sex heeft met paarden, schrikt zich rot en roept uit: “Pardon!!”, waarop de Hollander verheugd uitroept: “Yes, paarden!!” John komt niet meer bij, zoiets heeft hij nog nooit gehoord. En steeds als we elkaar de dagen erna effe zien moet hij schaterlachen. Dit gaat hij zijn vrienden thuis in Engeland vertellen, zekers weten. En zo kan ik nog wel effe door gaan. Volgende keer misschien.
leven van een camperaar valt niet mee! Na meerdere Engelse kwinkslagen van vooral John, vertel ik hem een mop (terwijl de vrouwen met elkaar over andere zaken praten), over een Hollander die een Engelsman tracht uit te leggen dat hij in de paardenfokkerij zit. Hij weet alleen niet dat paarden fokken in het Engels ‘breed horses’ is. ‘Ik fok paarden’ is dus in het Engels ‘I breed horses”. Maar in zijn onschuld en onwetendheid zegt de Hollander tegen de Engelsman: “I fock horses”. De Engelsman begrijpt dus dat de Hollander sex heeft met paarden, schrikt zich rot en roept uit: “Pardon!!”, waarop de Hollander verheugd uitroept: “Yes, paarden!!” John komt niet meer bij, zoiets heeft hij nog nooit gehoord. En steeds als we elkaar de dagen erna effe zien moet hij schaterlachen. Dit gaat hij zijn vrienden thuis in Engeland vertellen, zekers weten. En zo kan ik nog wel effe door gaan. Volgende keer misschien.
bovengebit, maar dat zie je niet door de dikke witte snor, die onder de neusgaten lichtbruin verkleurd is door de rook van de shagjes die hij er doorheen jaagt. Ik kom er uit ‘beleefdheid’ ook bij staan, effe horen wat ze te zeggen hebben. Ze doen hun best om voor ons verstaanbaar te zijn, hetgeen ze aardig lukt. Hoe het tot stand komt weet ik niet meer precies, maar ze blijken binnenkort 50 jaar getrouwd te zijn. “Al die tijd met dezelfde?” probeer ik quasi serieus te vragen. “Jaja, zij was de eerste en zal ook wel de laatste zijn, want - - - - - - - een tweede kut maakt je blut”. Wablief!!! Geduldig herhaalt hij nog maar eens wat hij zei. Maar zo’n uitspraak verwacht je toch zéker niet van een eerbiedwaardige oude Fries? Riet en ik kijken elkaar aan, zo van: wat is dit, terwijl zijn vrouw kijkt of ze niet beter weet. Ik heb veel gehoord en geleerd van de gezelschappen waarin ik verkeerde en nog steeds verkeer, maar deze had ik nog niet eerder gehoord. “Deze vertel ik aan m’n collega’s in het museum!” zeg ik schaterlachend. Hij kijkt vergenoegd. En dan ’s avonds: vlak voor het acht uur journaal op NPO 1 wordt een show van Theo Maassen aangekondigd, waarin Theo zich o.a. tegenover zijn vrouw verdedigt voor het luieren op de bank. Dat gehoord hebbende loop ik naar onze Fries en zeg hem dat Theo Maassen na het journaal optreed, en dat Theo door zijn vrouw wordt verweten dat hij tijdens Studio Sport maar ligt te luilakken op de bank en kennelijk niks beters te doen heeft. “Niks beters te doen? Ik lig hier wel 8000 zaadcellen per minuut te fabriceren hoor!” Waarop onze Fries doodnuchter tegen me zegt dat hij niet van voetballen houdt. Friese humor of dommigheid? Ik houd het maar op het eerste. Ook kan het nog wel eens écht spannend worden, zoals op dezelfde camperplaats in Ürzig. Hier is wijnbouw de voornaamste tak van sport. Het dorp ligt dus op de linker oever van de Moezel onderaan een bergketen waar tegen de steile hellingen de wijngaarden als het ware zijn ‘aangeplakt’. Het is nacht. Wij staan een paar meter van de Moezel af en zijn in diepe slaap. Maar daar komt al snel een einde aan, want het wordt slecht weer: donder en bliksem, regen, hagel, zware windstoten. Het is binnen in de camper een oorverdovend lawaai en we staan te schudden als een gek. Als dat maar goed gaat. Halverwege de nacht  horen we luchtalarm, weet je wel, net zoals iedere eerste maandag van de maand in Nederland. Verdomme, wat is dát nou? Ik gluur vanuit ons bed door de ramen naar buiten en zie dat de Moezel ineens niet meer die vriendelijke rivier van gisteren is, maar een  boze modderkleurige stroom is geworden die met het uur zichtbaar stijgt en harder gaat stromen. En de Moezelvallei vult zich met blauwe zwaailichten. Dan kun je een ongestoorde slaap wel vergeten hoor! Zouden we moeten verkassen is al snel de vraag. En waar naar toe? Intussen blijkt de brandweer overal de hoofdwegen langs de oevers in de gaten te houden, omdat deze via de zijwegen vanaf de steile wijngaarden worden overstroomd door modder met brokken leisteen en dus een gevaar vormen voor het verkeer. Gelukkig is het bij die nacht gebleven en zijn we er volgens de berichten nog goed van af gekomen. Want elders is de wateroverlast nog een graadje hoger geweest. We hebben gelukkig niet hoeven te verkassen, en na een paar dagen begint de Moezel weer te zakken en keert de rust terug. Intussen zijn de wijnboeren begonnen met het herstellen van hun beschadigde wijnstokken. Wat een werk voor een beetje wijn vinden ze zelf. Niet klagen maar dragen. Nu weer iets grappigs: Dit gaat over een Engels stel van onze leeftijd, 70-min zullen we maar zeggen. We staan langs de Rijn in een plaatsje even ten noorden van Koblenz met als buren John en Joy, een aardig Engels stel met (vooral hij) gortdroge gevoel voor humor, hetgeen blijkt tijdens een gezellig samenzijn onder het genot van meerdere biertjes en wijntjes. Jaja, het