Geschreven door Dick Zuidhoorn: Hulpmotor op hol. Het Maas Binnenvaartmuseum aan de Havenstraat in Maasbracht wordt bemand door vrijwilligers uit de vaart die op toerbeurt de bezoekers ontvangen. Onderling wordt vaak gelachen om de verhalen die ze elkaar vertellen, het ene soms spannender en smeuïger dan het andere, zoals: Dit verhaal gaat over een dieselmotor, een Stork Ricardo, bij de binnenvaart en zeevisserij toegepast als voortstuwingsmotor, bij de grote vaart als hulpmotor voor de stroomopwekking. We gaan terug in de tijd naar april 1970 en lopen in Nieuw Zeeland in Lyttelton bij Christchurch op een mooie zondagavond via de gangway aan boord van de Neder Lek. Het is stil op de kade omdat er die dag niet geladen en gelost wordt. We stappen de midscheeps binnen en lopen een dek hoger naar de bar van de officieren, waar het zoals gewoonlijk op dat tijdstip gezellig druk is. Omdat het stroomverbruik relatief laag is, staat het havenbedrijf in de machinekamer op een laag pitje, dus met slechts één van de drie hulpmotoren in bedrijf. Het betreft 8-cilinder 4-takt Stork Ricardo’s met drukvulling en ieder een vermogen van 760 pk. De door zo’n hulpmotor aangedreven draaistroomgenerator levert 560 kW/440Volt/60Herz. Waarom geen 50 Hertz zoals in Europa? Omdat de frequentie van 60 Hertz bij aanraking minder kans op hartstilstand geeft, dus veiliger is. Het is maar een weet. Plotseling begint het licht in de bar donkerbruin te branden. We kijken elkaar verbaasd aan. Het is heel normaal dat als bij voorbeeld de luchtcompressor in de machinekamer bijspringt die ene hulpmotor daar een klein beetje moeite mee heeft, dan dimt de verlichting heel even door de korte spanningsval, maar nu is er van heel even geen sprake meer, het licht blijft donkerbruin branden. De 2e werktuigkundige (wtk) heeft havenwacht, dus die gaat als een speer naar de machinekamer met de leerling wtk in zijn kielzog. Beneden aangekomen op de manoeuvreerstand blijkt de frequentiemeting met het bereik van 58 - 62 Hertz van de bijstaande hulpmotor 1 niets aan te geven. Pas als de belasting wordt verlaagd door de draaiende luchtcompressor handmatig te stoppen, komt de frequentie weer
Zodoende sloeg de hulpmotor tot grote schrik van de twee mannen op hol. Gelukkig wordt er naderhand in de motor geen schade vastgesteld.
terug. Wat is er toch aan de hand? De 2e wtk snapt er niets van, laat staan de leerling. “Start jij hulpmotor 2 alvast maar, daarna zien we wel wat we doen.” zegt hij tegen de leerling. Zo gezegd zo gedaan. Als hulpmotor 2 loopt, probeert de 2e wtk deze op het net te schakelen. Daartoe moet hij, zoals dat bij draaistroom het geval is, de op het net te schakelen hulpmotor 2 eerst synchroniseren met het net. Dat lukt, maar het laten overnemen van de belasting door hulpmotor 2  blijkt onmogelijk. Beide mannen staan voor een raadsel. Uiteindelijk denkt de 2e wtk niets anders te kunnen doen dan hulpmotor 1 handmatig van het net te schakelen. Dat blijkt niet de juiste handeling. Weliswaar pakt hulpmotor 2 de hele belasting over, maar de onbelaste hulpmotor 1 slaat op hol. Het toerental vliegt omhoog. Paniek! De leerling heeft de tegenwoordigheid van geest om snel de brandstoftoevoer van hulpmotor 1 dicht te draaien om vervolgens op veilige afstand te gaan staan, bang dat de drijfstangen door de carterdeksels heen zullen slaan. De minuut wachten tot de inhoud van het brandstoffilter is verbruikt lijkt wel een uur. Maar gelukkig komt de motor met een zucht tot stilstand. Achteraf blijkt de brandstofregelstang , die de acht hoge druk brandstofpompjes van de motor met elkaar verbindt en door de toerenregelaar, oftewel regulateur, wordt bediend, vast te zitten in één van deze pompjes, waardoor de regulateur de brandstoftoevoer dus op het moment van afschakelen niet kon terugregelen. Zodoende sloeg de hulpmotor tot grote schrik van de twee mannen op hol. Gelukkig wordt er naderhand in de motor geen schade vastgesteld.